Tags

,

Tussen twee ijzeren tangen,
tussen zon en maan.
Mijn schaapjes zijn te klein om alleen te gaan.

Tussen hamer en aambeeld,
tussen twee boekensteunen.
Durf ik op niets en niemand meer te steunen

Omgeven door idioten,
sprekend giftig als slangen,
gedreven door malloten,
zonder kans dat het heelt.

Maar dat kán zo niet langer!
Dus ik breek deze keten,
die mijzelf heeft gevangen.
En ‘k vergeet mijn geweten.