Random thoughts

Hieronder voeg ik, soms in het Nederlands, soms in het Engels, ideeën en gedachtes toe die niet tussen mijn normale blogbosts passen.

Below I add, sometimes in Dutch, sometimes in English, ideas and thoughts that don’t fit between my other blog-posts.

Ewald Engelen emotioneert

Toegevoegd 8 mei 2020; een overweging aangaande de column Kletsers van Ewald Engelen in de Groene Amsterdammer van 6 mei.

Ik heb mijn vingers al vaker gebrand aan het fileren van stuk tekst dat door mensen op sociale media wordt geadoreerd. Ik zou beter moeten weten, maar helaas heb ik me weer laten verleiden tot een reactie. Ik stelde dat het stuk Kletsers van Ewald Engelen een emotioneel stuk is, waarvoor ik door medestanders van Ewald, zoals gebruikelijk is in de sterk gepolariseerde sociale-media-omgeving, werd verguisd. In dit specifieke geval werd ik in milde termen verguisd, maar het was duidelijk dat ik het niet in mijn hoofd had moeten halen om de toon van Ewald ook maar iets bezijden neutraal te achten. Zoals ik begon – ik moet beter weten, en de polarisatie links en rechts laten en in mijn eigen tijd – stilletjes – de nuance zoeken, maar om mij onduidelijke redenen hap ik weer eens een keer, en ondersteun ik mijn claim: Kletsers is een emotioneel stuk.

Om te beginnen vindt Ewald het nodig om al gelijk in de eerste zin een grote groep mensen, waaronder ook intelligente nuance zoekende mensen, over één kam te scheren met een mild denigrerende term ‘kletsende klasse’. Wie het nodig vindt de mensen die het met hem oneens zijn weg te zetten met een denigrerende term staat mijns inziens in een betoog al gelijk met 0-1 achter; als je mensen moet denigreren om je gelijk te halen, ben je veel minder zeker van je gelijk dan je doet voorkomen. Wanneer ik in de openingszin van een column een dergelijke term tegen kom, rinkelen alle alarmbellen: pas op, hier komt een drogreden; het wordt namelijk op de man gespeeld, niet op het argument.

In ieder geval niet in de eerste twee alinea’s – daarin wordt alleen maar geschopt tegen de tegenstanders; de mensen die het oneens zijn met Ewald. De tegenstanders worden weggezet als intolerante ongenuanceerde dommeriken. En hoewel intolerantie en gebrek aan redeneringskracht in de gepolariseerde sociale media aan de orde van de dag zijn (geen platform voor open discussie, maar juist een plek waar het eigen gelijk met hand en tand moet worden verdedigd, niet alleen tegen de tegenstander maar ook tegen de nuance), is de woordkeus in deze twee alinea’s zodanig dat medestanders op een aangename manier in hun onderbuik worden gekieteld.

Een zinsnede als ‘de woorden van virologen worden opgetekend als waren zij het Woord Gods’ is, behalve aantoonbaar onwaar (de paar virologen die ik heb horen spreken uiten juist slechts de grootste twijfel in alle richtingen omdat er nog zo ontzettend weinig aantoonbaar is!), uiteraard koren op de molen van de atheïstische emoties van Ewald’s aanhangers. Twee alinea’s – niets dan emotie.

In de derde alinea haalt Ewald het Zweedse experiment aan, waarin hij – terecht – zegt dat het ‘wellicht’ een intelligentere aanpak is dan de onze. Dat is netjes van hem, en de eerste zinsnede waarin hij uiting geeft van enige aarzeling – enig zoeken naar een genuanceerde positie. Maar de rest van de alinea gaat nog steeds over het verguizen van de tegenstanders; het denigreren van de mensen die het niet met hem eens zijn. Wederom wordt er een Bijbelse vergelijking gemaakt – wederom puur om emotionele redenen. Met deze zinsneden schetst hij een beangstigend wereldbeeld waarin medestanders belaagd worden door de ignorante massa, met hun Bijbelse leider voorop; en religiositeit is slecht.

Dan volgt er een aanval op de kranten – alsof het een verrassing is dat kranten grossieren in angstbeelden en doemscenario’s. Dat doen ze al jaren, want dat verkoopt nou eenmaal veel beter. Ik weet niet waarom, maar mensen lezen nou eenmaal met graagte verhalen waar ze bang van worden; veel liever dan optimistische stukken met de boodschap ‘alles komt goed’. Ewald schaart zich ovderigens ook in de groep mensen die doemscenario’s schetsen, want het moge ondertussen duidelijk zijn dat hij met deze column de positie van belaagde intelligente maar machteloze minderheid inneemt; met de nadruk op belaagd – want alle andere mensen lijken te roepen ‘dat we vooral niet moeten denken dat het dagelijks leven ooit normaal zal worden’. Wederom een alinea dus, die op de emoties van de lezer werkt – namelijk: medestanders, we worden belaagd!

De angst (emotie!) wordt verder aangewakkerd in de volgende alinea met de waarschuwing voor ‘neoliberaal totalitarisme’. En welke viroloog heeft het gehad over een virusvrije wereld? Uiteraard wordt het één en ander onderbouwd met een paar feiten; ik zou hier ook verder op in kunnen gaan, maar voor je het weet verzanden we in een oeverloze inhoudelijke discussie waar ik geen verstand van heb. Het enige wat ik hier wil doen, is uitleggen dat deze tekst vooral op de emoties van de lezer speelt.

Hoewel er in de volgende – de zesde – alinea wordt verwezen naar een aantal serieuze rapporten, is ook hier de woordkeus weer uiterst emotionerend. Wij zijn met zijn allen schuldig aan het ontstaan van dit coronavirusprobleem, en de ‘kletsende klasse’ (vergeef me de denigratie) is te arrogant om dat te accepteren. Tenzij we (zevende alinea) de bio-industrie en het grootkapitaal afschaffen. Want het groot kapitaal is zo beangstigend, en dieren zijn lief (ergo emotie). Die laatste zin staat niet letterlijk in de tekst van Ewald Engelen; het is mijn interpretatie van zijn overduidelijke antipathie jegens grootkapitaal en de bio-industrie.

En in de veel te korte afsluitende alinea wordt gesteld dat als we de wensen van de verguisde econoom (Piketty) en de politica uit de marge (Thieme) uit laten komen, dan pakken we deze coronapandemie wél goed aan, en lossen we alle wereldproblemen op. ‘Geloof mij, want verder is iedereen gek.’

Kortom, deze tekst past bijzonder goed in het gepolariseerde politieke plaatje, waarbij de eigen positie wordt voorgedaan als belaagd door de machtige en domme meerderheid, waarbij die positie vooral met emotie moet worden bevestigd en verdedigd, terwijl de feiten die eraan ten grondslag liggen niet de ruggegraat vormen van de argumentatie. Ik heb hiermee niet gezegd dat ik het oneens ben met het standpunt van Ewald Engelen. Ik zal mij dan ook niet laten verleiden tot een inhoudelijke discussie (al durf ik hier wel te zeggen dat ik bij een aantal links die hij in dit artikel legt vraagtekens zet). Ik heb geen verstand van virussen, ik heb geen verstand van de impact van politieke besluiten op sociale en economische verhoudingen, ik heb allerminst verstand van economie. Het enige waar ik een heel klein beetje van weet is taal – en ik herken emotionerend taalgebruik wanneer ik het zie.

En wanneer je mij probeert te emotioneren – al ben ik het met je eens – dan zul je toch opnieuw moeten beginnen voordat ik je ga verheffen tot Messias die Joshua de les kan lezen.