I apologize to my non-Dutch reading audience, but this post’s target audience is Dutch drivers (of buses and trucks) and riders (of recumbent bikes).

Bij deze meld ik jullie chauffeurs vriendelijk dat ik mij uitermate bewust ben van het feit dat ligfietsen voor jullie een vreselijke uitvinding zijn: wij ligfietsers (ja, ik rijd er ook één) zijn voor jullie niet te zien. Ik wil jullie dan ook graag deelgenoot maken van mijn houding op de fiets. En niet de fysieke houding, maar mijn houding aangaande gedrag op de weg. Ik schrijf in deze alleen voor mezelf, maar ik roep andere ligfietsers op dit voorbeeld te volgen – voor onze eigen veiligheid, de gemoedsrust van de chauffeurs, en de verkeersveiligheid in het algemeen.

  1. De weg is van ons allemaal – we delen de naar gelang we ruimte nodig hebben.
  2. Ik ben – vooral van achteren en van opzij – onmogelijk om te zien voor een chauffeur, vooral van bussen en vrachtwagen.
  3. Als ik platgereden wordt heeft de chauffeur een trauma, maar ik geen leven meer; ik ben van mening dat ik daarin altijd het kortste eind van de stok heb.

Deze drie overwegingen leiden tot de volgende praktische situatie – wat mij betreft:

Als ik op een (smalle) weg een vrachtauto als tegen- of meeligger heb, rijd ik zo dicht mogelijk op de kant. Ik ga er vanuit dat ik als tegen- of meeligger en wel zichtbaar ben; in dit geval kom ik ten opzichte van de vrachtwagen of bus recht van voren. Door strak langs de kant te rijden, laat ik zo veel mogelijk ruimte voor de ander, en ik hoop dat deze dat ook voor mij doet.

Als ik van achteren op een vrachtwagen (of bus) toe rijd, die om welke reden dan ook langzamer rijdt dan ik, dan ben ik allerminst agressief. Gelukkig zijn de meeste chauffeurs heel duidelijk over wat ze gaan doen. Gaat de wagen stoppen, dan ga ik er voorbij. Gaat de wagen de weg op, dan blijf ik meestal heel bewust in de dode hoek achter de wagen – de chauffeur kan mij zo niet zien, en hoeft dan ook geen rekening met mij te houden. Ik doe mijn best dat hij kan rijden alsof ik niet ook op de weg was. Ik zorg zelf dat er altijd een uitweg is; ik zal mezelf nooit klemrijden tussen de meeligger en een tegenligger.

Als ik van opzij kom, zelfs als ik voorrang heb, dan maak ik pas gebruik van die voorrang wanneer ik oogcontact heb gehad met de chauffeur; alleen dan weet ik dat hij mij gezien heeft, en dat hij mij voorrang gaat verlenen. Lukt het niet de chauffeur te zien, ziet hij mij ook niet, en krijg ik geen voorrang – en maak ik daar ook geen gebruik van. Ditzelfde geldt op rotondes. Eigenlijk heb ik daar voorrang op, maar ik laat chauffeurs bijna altijd voor gaan – behalve als zij al gestopt zijn om mij voor te laten gaan. Als zij al op de rotonde zijn, en ik kom aanfietsen, gebaar ik groots dat zij door mogen rijden (groots, als met grote handgebaren, niet als groothartig – dat laatste is niet aan mij om te beoordelen).

Vanmorgen nog, kwam er een vrachtwagen uit een laad/los parkeerplaats bij een bejaardentehuis van links. Ik wam dus van zijn rechts. Hij had mij niet gezien, en ik had heel boos roepend hem de stuipen op het lijf kunnen jagen om 30 seconden eerder op mijn bestemming te komen – en wettelijk had ik nog gelijk gehad ook. Maar ik zie daar het nut niet van in. Ik zag dat de chauffeur mij niet gezien had – ten eerste zag ik de chauffeur niet door het zijraam, en ten tweede ging hij rijden terwijl ik eraan kwam. Het is mogelijk dat hij mij even in zijn spiegel gezien heeft – dat weet ik niet. Maar vervolgens ging ik midden achter hem rijden. Om niet tegen hem aan te rijden moest ik in de remmen. Dit vind ik een minder groot probleem dan boos worden – of iemand de stuipen op het lijf jagen. Het duurde niet lang of de vrachtwagen had meer gang dan ikzelf, en zonder dat de chauffeur mij verder gezien heeft vervolgden wij beiden onze weg.

Ik krijg als ligfietser wel eens het verwijt dat ik een gevaarlijke fiets heb – ik word niet gezien. Ik antwoord daarop dat ik – met de hierboven beschreven houding – 60.000 kilometer heb gefietst zonder ooit echt in een gevaarlijke situatie te zijn beland (waarvan 40.000 kilometer buiten Nederland). Zichtbaarheid is belangrijk voor mij – mijn verlichting is dan ook overdreven goed. Maar als je je op je ligfiets defensief opstelt, dan word je niet platgereden, ook niet door vrachtwagens die je niet gezien hebben. Het gaat er namelijk vooral om dat ik de vrachtwagens zie – dan kan ik voorkomen dat ze tegen me aan rijden. Altijd.